Het nieuwe werkwoord magmoeten

 

Raf Janssen, wethouder voor PvdA/GroenLinks in het college van de gemeente Peel en Maas, komt wekelijks veel mensen en omstandigheden tegen. Per week pikt hij er een uit om er, terugblikkend, even bij stil te staan.

 

Deze week vertel ik kort over drie bijzondere ervaringen: over mensen die vast hielden aan hun dromen en daardoor grote veranderingen bereikten; over mensen die onzeker zijn vanwege komende veranderingen en zich vastklampen aan het bestaande; over mensen die veel kunnen als ze mogen en weinig als ze moeten. Deze drie ervaringen hebben veel met elkaar te maken. De verbinding ertussen wordt gelegd met een nieuw woord, het werkwoord ‘magmoeten’. Dat werkwoord is een belangrijk hulpmiddel om te peilen hoe wij er voor staan in het veranderingsproces van de drie decentralisaties.

In het kader van de provinciale bibliotheekdag vond afgelopen zaterdag een manifestatie plaats in het Huis van de Gemeente te Panningen. Als afsluiting van deze manifestatie vertelde Rob Adams uit Eindhoven over zijn nieuwe boek. De titel ervan is: No Ego. En de ondertitel: Hoe ongekroonde helden de wereld veranderden en wat wij van hen kunnen leren. Het boek gaat over mensen die een belangrijke invloed hebben gehad op revolutionaire veranderingen, maar daarmee niet aan de weg getimmerd hebben en de eer aan iemand anders moesten laten. Dat deerde hen niet, want het waren geen ego’s, geen mannetjesmakers, geen haantjes. Ze leefden niet voor de roem en bekendheid, maar voor de verwerkelijking van hun droom. Daar zetten zij zich geheel en al voor in. Ze werden door hun omgeving weggezet als nutteloze dromers. Ze kregen van hun ouders of bazen te horen dat ze hun dromen los moesten laten om iets te bereiken in het leven. Ze kregen te maken met mislukkingen en tegenslagen. Maar… ze hielden vast aan hun idee of hun ideaal. De les: vaak drukt het moeten in het leven het mogen dromen over idealen weg. De personen die in het boek ‘No Ego’ worden beschreven, sporen ons aan om een betere balans te brengen in het magmoeten: wat minder ruimte voor het dagelijkse moeten en wat meer ruimte voor het toekomstgerichte mogen.

In het kader van de dag van de mantelzorg vond afgelopen zaterdag in Baarlo een bijeenkomst plaats over de veranderingen die er gaan komen als een aantal functies van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) wordt overgeheveld naar de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). De bijeenkomst was bedoeld voor mensen met een niet aangeboren hersenletsel en de vrijwilligers en mantelzorgers die hen ondersteunen. Onrust en angst waren de overheersende gevoelens in de zaal. De mensen zijn bang dat ze slechter af zijn, dat ze de voorzieningen die ze nu hebben opnieuw moeten bevechten. Er was sprake van boosheid en frustraties. Ze willen helemaal niet veranderen, maar ze moeten kennelijk en vanwege dat moeten gaan de hakken in het zand. Toen de boosheid en frustratie enigszins waren weggeëbd, ontstond er ruimte om aan de hand van concrete voorbeelden te laten zien dat de veranderingen ook mogelijkheden bieden om de kwaliteit van het leven te verbeteren: er worden op de persoon afgestemde arrangementen gemaakt en de betrokken persoon heeft bij het samenstellen ervan meer inbreng en zeggenschap. De mensen bleven sceptisch en hadden zo iets van ‘eerst zien en dan geloven’. Dat heel veel nog onduidelijk is, speelt ook een rol. Maar de grootste remmende kracht is het gevoel dat men veranderen moet. En zo lang dat gevoel van moeten overheerst, kan er geen ruimte ontstaan voor het mogen meebeslissen over de regelingen, de arrangementen, die de kwaliteit van leven van de betrokken personen zo goed mogelijk maken. De taak en uitdaging voor allen die betrokken zijn in het veranderingsproces van de drie decentralisaties luidt: schuif de balans in het magmoeten wat meer op in de richting van het mogen en druk het moeten wat naar de achtergrond.

Afgelopen donderdag was er in Amsterdam een bijeenkomst van bewonersinitiatieven uit achterstandswijken uit enkele steden in Nederland: Amsterdam, Breda, Tilburg, Amersfoort, Leeuwarden. De bijeenkomst werd gehouden in het kader van een landelijk project van de Sociale Alliantie. Daarin wordt onderzocht of en hoe sociale coöperaties ook voor arme mensen een middel kunnen zijn om verbetering te brengen in hun situatie. Dàt sociale coöperaties iets kunnen betekenen voor arme mensen bleek uit de aanwezigheid van bewoners die enthousiast vertelden over hun initiatieven en hun bedrijven. Wat betreft het hoe sprongen er twee ervaringen uit: de starre regelgeving en het vele moeten. Als arme mensen inventief zoeken naar mogelijkheden om geld te verdienen om de situatie van henzelf en hun kinderen te verbeteren, stuiten ze op regelgeving die hen eerder tegenwerkt dan stimuleert. En het leven van arme mensen wordt beheerst door alles wat ze moeten van de toezichthouders die over hun uitkering gaan. Een van de initiatieven presenteerde zichzelf met drie kernwoorden: willen, kunnen, mogen. Daarmee gaven ze aan dat arme mensen in hun buurt wel degelijk initiatieven aan de dag leggen, iets willen oppakken, een bedrijfje willen starten. Dat ze ook de capaciteiten daarvoor hebben, dat ze een eigen bedrijfje kunnen beginnen of mee kunnen doen in een bewonersbedrijf. Dat ze daarmee niet ineens uit de uitkering kunnen komen, maar dat het perspectief op zelfstandigheid er wel degelijk is. Kortom, het willen en het kunnen zijn aanwezig; waar het aan schort is het mogen. De systemen van sociale zekerheid drukken mensen in regelgeving waarin ze heel veel moeten en weinig mogen. Ook vanuit deze bewonersinitiatieven luidt de oproep aan de overheid: schuif de balans in het magmoeten wat meer op in de richting van het mogen en druk het moeten wat naar de achtergrond! Dat is in het belang van betrokken bewoners, betrokken buurten én betrokken overheden.

 

Raf Janssen

Met dank aan Chris Troost uit Leeuwarden die mij attent maakte op het nieuwe werkwoord magmoeten.

 

1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.