
De onzekerheden van het leven worden mede bepaald door de wijze waarop de samenlevende mensen daarmee omgaan. In de verzorgingsstaat hebben de mensen collectieve regelingen gemaakt om zich te beschermen tegen onzekerheden. Vanaf 1981 (Bestek ’81) worden deze stap voor stap afgebroken. De verslechtering van collectieve (staats)regelingen dwingt mensen tot eigen gemeenschappelijk verweer tegen onzekerheden. Zo vernieuwt onzekerheid de wijze waarop wij samenleven.
In de verzorgingsstaat zijn een heleboel onzekerheden ingeperkt door collectieve regelingen die mensen rechten en voorzieningen gaven en hen in staat stelden zich als individu te ontplooien. Deze collectieve anti-onzekerheden, kortweg verzekeringen genoemd, spoorden met de ontwikkeling van de markteconomie: mensen konden zich individueel zekerheden verschaffen door deel te nemen aan de economie, die gekenmerkt werd door standaardisatie en massaproductie. Dat gold in ieder geval voor mannelijke kostwinners en via hen indirect ook voor de vrouwelijke zorgarbeiders die de gangbare productieve arbeid reproduceerden en ondersteunden.
Door de wijze waarop de samenleving met onzekerheden omging, ontwikkelden mensen zich in de verzorgingsstaat tot individuele personen, die door de veranderende economie steeds intenser aangesproken konden worden op hun individuele capaciteiten en verantwoordelijkheden. Langzamerhand heeft de gestandaardiseerde per land georganiseerde economie plaats gemaakt voor een vluchtige globaal georganiseerde flexeconomie. De collectieve anti-onzekerheden, de collectief georganiseerde verzekeringen, passen daar steeds lastiger bij. Mensen die goed mee kunnen, of denken dat ze goed mee kunnen in de nieuwe economische orde van de flexibiliteit, ervaren die collectieve regelingen steeds meer als een hinderlast. Ze willen er van af. Ze hebben de tijdgeest mee: de collectieve regelingen worden stap voor stap afgebroken en de sociale onzekerheden van het leven worden weer teruggelegd bij de individuen en hun families, zoals dat ook het geval was voor de opkomst van de verzorgingsstaat.
Hoe zeer een aantal maatschappelijke organisaties en politieke partijen er ook aan willen vasthouden, de feiten dwingen tot het inzicht dat collectieve bescherming tegen onzekerheden van het leven steeds minder past bij de huidige verindividualiseerde leefwijze en de huidige markteconomie van het vluchtige geld. Dat brengt steeds grotere groepen mensen in onzekerheden, in precariteit. Uit deze groepen verontzekerden komen bewegingen op gang van mensen die elkaar opzoeken om samen een wal op te werpen tegen een of enkele onzekerheden waarmee ze geconfronteerd worden. Ze besluiten zich te verenigen in coöperaties om een economie tot stand te brengen die hen meer zekerheid van leven geeft. Die coöperatieve beweging op basis van gemeenschappelijke belangen is nog klein, maar ze groeit naarmate de collectieve zekerheden van de verzorgingsstaat worden afgebroken. Kenmerk van die nieuwe coöperatieve beweging van onderop is ook dat zorgarbeid meer waard wordt, een herwaardering krijgt, omdat deze arbeid een vorm van onderlinge dienstverlening is buiten de grammatica van het geld. Zorgarbeid moet het nu nog vaak in waardering afleggen tegen productieve arbeid, om het even wat dat is, als er maar geld in omgaat. Als er geen of minder geld beschikbaar is om zekerheden te kopen, zullen mensen buiten de sfeer en het dictaat van het geld voor elkaar gaan zorgen om de onzekerheden van het leven onderling op te vangen. Dat kan een begin zijn van een nieuwe economische grammatica: de crisis van het collectieve biedt kansen voor gemeengoed, voor commons, voor gemeenschappelijke burgerinitiatieven van onderop.
Raf Janssen
29 maart 2015
Ja sorry hoor, maar dit gaat me echt te simpel en te snel. Er is niet bepaald een soepele overgang van het één naar het ander. Ook geen enkele uitwerking hoe dat zou moeten. Alles flexibillseren omdat er een zogenaamde coöperatieve bewegingen zouden bestaan en groeien is luchtfietserij. Tegenwoordig tegen lage lonen met 0-uren contracten (waardoor mensen zo’n 30% loon inleveren) en een huisvestingsbeleid met kortlopende huurcontracten (om voornamelijk plaats te maken voor dure vrije sector huurwoningen) maakt niet alleen dat precariteit zoiets als ‘onzeker’ betekend, maar vooral ‘gevaarlijk’ betekend. Gevaarlijk voor de hele samenleving. De samenhang van de samenleving wordt volledig kapot gemaakt in hoog tempo met weer een nieuw woordje. précarisation (uit het Frans) betekend simpelweg ‘op het spel zetten’. Als dit de nieuwe focus van beleid wordt in de nabije toekomst van de PvdA en Groenlinks ingegeven door neo-liberaal beleid van EU en VVD, dan snapt iedereen dat Nederland zijn beste tijd wel gehad heeft, en dat er nog heel veel ellende van gaat komen. Asociaal deze hype. Nokken daarmee stelletje salonsocialisten en marktfetisjisten! U gaat er nog meer over horen.