Stellen raadsleden te veel vragen?

Bij zijn afscheid als wethouder riep John Timmermans de raad op minder vagen te stellen aan het college. Vragen zouden ambtenaren van het werk afhouden. PvdA/GroenLinks legt deze oproep naast zich neer, omdat ze afbreuk doet aan de taken van de gemeenteraad.

De gemeenteraad heeft drie taken: het volk vertegenwoordigen, het beleid bepalen en het college controleren. Een van de instrumenten die raadsleden hebben om deze taken uit te voeren, is het stellen van vragen aan het college. Als het college vergeet of nalaat de raad actief te informeren over zaken die spelen in de samenleving, heeft een raadslid dat zijn taak serieus neemt de plicht om vragen te stellen aan het college.

Als een wethouder vindt dat de raad te vaak met te veel vragen komt, moet deze eerst en vooral bij zichzelf nagaan of de raad wel voldoende wordt geïnformeerd over zaken en of het college zelf wel voldoende zicht heeft op wat er gebeurt. Ook komt het voor dat vragen van raadsleden ontwijkend of halfslachtig worden beantwoord. Een raadslid dat zichzelf serieus neemt, laat zich daarmee niet afschepen en zal dus vervolgvragen stellen.

Het is een bekend verschijnsel dat individuele wethouders en voltallige colleges mopperen dat de raad te veel vragen stelt. Daarbij brengen ze vaak als argument naar voren dat met de antwoorden maar zelden iets gedaan wordt. Dat klinkt als een verwijt aan het adres van de vragenstellers, maar in feite wordt daarmee toegegeven dat het college als uitvoerder van het beleid zelf tekortschiet: de raad controleert, stelt kaders en vertegenwoordigt de burgers. Dat kan een raadslid doen via het stellen van vragen. Met de antwoorden moet niet de raad, maar het college zelf aan de slag!

Nu ex-wethouder Timmermans weer raadslid is, mag hij wat ons betreft veel vragen stellen. De vaagheid van het coalitieprogramma vraagt erom!

Annigje Primowees, Frits Berben, Raf Janssen,
Raadsleden PvdA/GroenLinks Peel en Maas

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.