Van verzorgingsstaat naar zelfzorgende straat

Raf Janssen, wethouder voor PvdA/GroenLinks in het college van de gemeente Peel en Maas, komt wekelijks veel mensen en omstandigheden tegen. Per week pikt hij er een uit om er, terugblikkend, even bij stil te staan.

In mijn vrije tijd ben ik actief in de landelijke anti-armoedebeweging. Daar loopt momenteel een project waarin onderzocht wordt wat mensen in armoedesituaties hebben aan coöperatieve wijkinitiatieven. In het kader van dat project heb ik enkele achtergrondgedachten ontwikkeld over de drie decentralisaties waarmee alle gemeenten druk in de weer zijn.

Alle gemeenten zijn druk bezig met de hervorming van het sociaal domein: het rijk draagt taken over aan de gemeenten; die staan het dichtst bij de burgers en hebben de meeste kans om van hen gedaan te krijgen dat zij meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en hun eigen omgeving. De verzorgingsstaat wordt veranderd in een zelfzorgende straat. De gemeenten worden daarbij te hulp geschoten door zorginstellingen en adviesbureaus die intussen ook onderkennen dat er een nieuwe geest rondwaart in de samenleving. Lees gemeentelijke nota’s over de drie decentralisaties en lees de groeiende berg adviezen over de terugtredende overheid er maar op na. Samen doen gemeenten en instellingen hun best om de burgers in hun kracht te zetten en om de kracht in de samenleving te benutten. Let op de formulering: ‘burgers in hun kracht zetten’ en ‘de kracht in de samenleving benutten’. Dat zijn instrumentele formuleringen. De kracht van burgers en de kracht van de samenleving zijn instrumenten in handen van een sturende overheid. De ontwikkeling naar de zelfzorgende straat is niet te stuiten. Om hier en daar wat bij te kunnen sturen of tegensturing te organiseren is het goed stil te staan bij enkele ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de verzorgingsstaat en die nu maken dat nu een algemeen gevoel leeft dat de verzorgingsstaat afgelost moet worden door de zelfzorgende straat. Het gaat om het loslaten van de temming van de markt (1), het uit zicht raken van het collectief (2) en het verdwijnen van het moreel besef van collectieve verantwoordelijkheid (3).

  1. Het loslaten van de temming van de markt

Na WOII kreeg de markt boeien aangelegd. Er werd gesproken over het temmen van de markt. De overheid zag daar op toe. De economie was voornamelijk een landeneconomie en de overheid was bij machte en verkeerde in de positie om sturing te geven aan deze economie. De economische crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw en de periode van de naoorlogse wederopbouw brachten heel de samenleving tot de overtuiging dat de overheid de mogelijkheid moest hebben om zodanig in te grijpen in het economisch leven, dat werkgelegenheid en welvaart voor iedereen verzekerd waren. Die centrale rol van de staat typeert de totale ommekeer die plaatsgevonden had: de staat nam de verantwoordelijkheid op zich voor het verbeteren van de levensomstandigheden van de bevolking en het realiseren van sociale vooruitgang. En om die doelstelling te bewerkstelligen hield de staat de markt in toom. In dat klimaat ontstond de verzorgingsstaat. De algemene opvatting in de samenleving was dat door corrigerend overheidsingrijpen een sociaal klimaat geschapen werd dat het functioneren van de economie ten goede kwam. Dat algemeen gevoel uit de jaren 50-70 van de vorige eeuw is inmiddels verdwenen. Stap voor stap heeft de markt zich bevrijd van de door de staat aangelegde boeien. De positie van de staat is ook totaal veranderd. De staat is niet langer de regelaar en stuurder van de economie van het land. De staat is nu dienstknecht geworden van een wereldwijde economie, die steeds meer in de greep komt van het zelfbewegende vluchtige geld. Die economie is niet zozeer gericht op internationale uitwisseling van goederen, maar ze is op de eerste plaats geïnteresseerd is in de verandering van (speculatief) geld in nog meer (speculatief) geld. Dat heeft ook zijn neerslag gehad op het stelsel van sociale zekerheid. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is sterk bezuinigd op sociale zekerheid. Dat heeft geresulteerd in een vergroting van de inkomensverschillen.

Les 1: Een omstandigheid die van belang is voor het realiseren van goede levensomstandigheden voor een ieder en voor sociale vooruitgang voor allen is: opnieuw greep krijgen en houden op de economie. Vanuit de zelfzorgende straat de wereldeconomie in de greep krijgen is lastig. Maar mogelijk kan wel een wijkeconomie opgebouwd worden en kan veel geld in de wijk zelf besteed worden. Daarmee krijgen mensen wel enige greep op de economie dicht bij huis en kunnen ze mogelijkheden scheppen voor iedereen om mee te doen in de economie van de zelfzorgende straat.

  1. Het uit zicht raken van het collectief

De verzorgingsstaat is mede gebouwd op verzetsbewegingen van onderdrukte en rechteloze arbeiders die dank zij onderlinge verenigingen en coöperaties zich te weer stelden, voor elkaar opkwamen en collectieven vormden die ijverden en vochten voor sociale erkenning en betere levensomstandigheden. Dank zij dergelijke collectieven werd onder arbeiders een wij-gevoel opgebouwd en dat ‘wij’ vormde een van de centrale pijlers van de latere verzorgingsstaat. Dank zij de aanwezigheid van een ‘arbeiders-wij’ veranderden en verbeterden de sociale omstandigheden en ontstonden er andere sociale houdingen en verhoudingen in de samenleving. Het sociaal beleid van de verzorgingsstaat nam echter steeds meer het karakter aan van individuele rechten. Daarmee werd het collectief stap voor stap ondergraven. Het ‘wij-gevoel’ onder de arbeiders is zoetjesaan minder geworden of geheel verdwenen. En daarmee verdwijnt het collectief verzet. Een ieder wordt aangesproken op zijn eigen kracht en zijn eigen netwerk. Het collectief is uit zicht geraakt. Er zijn veel onrechtvaardigheden in het huidige arbeidsbestel, maar er komen nauwelijks collectieve protesten. Het protest uit zich individueel in ziekte, berusting, zelfmoord. Er is sprake van een individualisering van verweer. De gezamenlijkheid van situaties en belangen wordt niet meer onderkend. De decennialange nadruk op de individuele autonomie heeft het besef van wederzijdse afhankelijkheid van mensen doen vervagen.

Les 2: Een omstandigheid die van belang is voor het realiseren van goede levensomstandigheden voor een ieder en voor sociale vooruitgang voor allen is: opnieuw gezamenlijkheid van situatie en belangen leren onderkennen en opnieuw opbouwen van collectieven, van wij-gevoel. Vanuit de zelfzorgende straat kan opnieuw het besef ontstaan dat de inzet van andere mensen nodig is om goed voor jezelf te kunnen zorgen. Zo kan er van onderop een nieuw ‘wij-gevoel’ ontstaan dat nodig is om als collectief meer greep te krijgen op de vormgeving van de samenleving.

  1. Het verdwijnen van het moreel besef van collectieve verantwoordelijkheid

De verzorgingsstaat is gebouwd op een moreel besef van collectieve verantwoordelijkheid. Als hoeder van het algemeen belang kaderde de staat de markt in, om voor een ieder goede levensomstandigheden te garanderen en sociale vooruitgang voor allen mogelijk te maken. De markt werd gezien als een sociale inrichting die allen een plek en bestaanszekerheid moet garanderen. Die morele inslag is stelselmatig verdwenen. De markt is weer veel meer een middel geworden om individueel beter te worden. De maatschappij wordt een verzameling individuen, die uit zijn op eigen belang. Normatieve opvattingen over de marktsamenleving gaan verloren. In plaats van normatieve ideeën over gelijkheid van kansen, betere arbeidsomstandigheden en medezeggenschap, leeft thans meer het idee dat ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen arbeidsomstandigheden. Met het verdwijnen van de morele inkadering van de markt door de overheid is ook de parlementaire democratie verzwakt. Mensen zijn hun vertrouwen in de politiek kwijt. Dat vertrouwen komt niet terug door een verandering van het openbaar bestuur. Dat vertrouwen komt pas terug als de economie weer onder democratische controle wordt gesteld.

Les 3: Een omstandigheid die van belang is voor het realiseren van goede levensomstandigheden voor een ieder en voor sociale vooruitgang voor allen is: het vanuit de samenleving, van onderop, opnieuw tot stand brengen van een besef van collectieve verantwoordelijkheid voor een morele inbedding van de economie. Vanuit de zelfzorgende straat kunnen mensen weer greep krijgen op de buurteconomie. Kleinschalig kan daar een markt opgebouwd worden die ruimte geeft aan sociaal leven en voor een ieder een plek creëert om mee te doen.

Raf Janssen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.